Slaap

Ken je dit boek van Annelies Verbeke waarin het hoofdpersonage ‘s nachts bij mensen gaat aanbellen omdat ze zo moeilijk kan slapen? 

Wees gerust; ik ga niet die toer op. In slaap vallen is hier trouwens nooit een probleem, integendeel. Ik leg m’n hoofd op m’n kussen en twee minuten later lig ik al te knorren. Toch maak ik sinds een jaar ofzo iets vreemds mee. Ik word tegenwoordig steeds zo vroeg wakker en geraak nadien niet meer in slaap. Tijdens de week is dat niet erg want ja; een mens moet gaan werken natuurlijk. Ik kruip vaak erg laat m’n bed in (altijd al zo geweest; er is ook zoveel te doen!), maar het laatste jaar is er bijna geen enkel weekend waarin ik eens kon uitslapen en dat is best frustrerend. Met uitslapen bedoel ik -zoals vroeger- een uur of elf ofzo, maar ik ben al blij als de wekker geen 7 meer aangeeft.

Ik weet wel dat de goede oude tijden niet meer terugkomen. Zoals vroeger; lekker uitslapen op zaterdag; de dag wat doorlummelen en zondag opnieuw tegen de middag weer het licht zien. Om je dan af te vragen… wat zouden we eens gaan doen? Haha, toen waren er duidelijk nog geen kinderen!

Maar nu we eindelijk niet meer voor die kinderen ‘s nachts uit ons bed moeten, lijkt het dus dat m’n bioritme besloten heeft mij te resetten. Tijdens het weekend mogen de kinderen ook alleen naar beneden om al iets te eten en wat te schermen, dus het zou zo fijn zijn eens wat langer te kunnen slapen! Ik weet wel dat elke nacht ongeveer hetzelfde aantal uurtjes slaap erg gezond is, maar waarom voel ik me dan zo moe ‘s ochtends?

Het is gewoon maf om te beseffen dat ik, die vroeger een avondmens was en daar eigenlijk nog steeds naar handel, nu dan blijkbaar een ochtendmens ben geworden. En daar niet naar handelt. 

Ik moet daarom de laatste dagen vaak aan m’n oma denken (die er jammer genoeg niet meer is) die om zes uur klaarwakker was. Ze was geen klager en ze gebruikte internet alleen om naar de website van de paus te gaan kijken. True. Ze kwam uit bed, las de krant, dronk een theetje en keek uit het raam naar de tuin en de vogels. Completely hygge avant la lettre. Misschien moet ik het eens over die boeg gooien…

Advertenties

De boekendief

Heel lang ben ik hier nog niet aan het pennen, maar als je goed keek, zag je dat de titels van de onderwerpen boekentitels zijn. Of woordspelingen daarop 🙂 Niet voor niets natuurlijk, boeken zijn zo fijn! Er gaat voor mij echt heel weinig boven een goed verhaal. Verdwalen in verre letterdorpjes, meeleven met personages en genieten van woorden; man, kon ik dat maar altijd doen. Sommige boeken las ik wel vijftien keer. En ik droomde zelfs ooit dat ik gezellig pratend bij Henry en Camilla zat, op het terras van het landhuis van Francis (De verborgen geschiedenis – Donna Tartt). De liefde zit dus diep.

Is het omdat ik vroeger geen televisie had, sporten niet leuk vond vind en er heel veel boeken in huis waren? Of omdat de wijkbibliotheek letterlijk om de hoek zat waardoor ik altijd mocht gaan? Feit is dat m’n leeshonger moeilijk stilt en ik graag uren van de wereld ben. Ik ben niet zo’n druktemaker en übersociaal beest, maar daarover een andere keer meer.

Ik ben dan ook wat blij dat onze twee kinderen, net als m’n man trouwens, ook graag lezen. Van echte kleffe meisjesromans (het is een fase, herinner ik me) over Harry Potter tot letterlijk alles wat ze maar vast kunnen krijgen; ze lezen. Soms zitten we hier met vier in de zetel, weggedoken in een boek, en ben ik erg dankbaar voor onze leeskriebels.

Vanavond begin ik aan de volgende op het nachtkastje; laat zal het vanavond dus niet worden! Enfin, dat hangt van het boek af natuurlijk.

 

 

Enkele reis

Van al de boutades en de al dan niet goedbedoelde opmerkingen over leerkrachten, blijft de vakantie natuurlijk wel een constante. Want ja, wij hebben twee maanden zomervakantie. Bah ja, zes weken (want eerste week juli en laatste augustus wordt er hier ook hard gewerkt). (En tijdens die zes weken ook af en toe wel eens een dagje, maar goed). Dus: een week of vijf. Dat is voor velen een droom en dat besef ik maar al te goed.

Ik ben echter nooit het onderwijs ingestapt omdat ik dan zoveel vakantie zou hebben. Ik had toen ook nog geen kinderen; wist ik veel. En dat zo’n weekjes thuis met kroost  handig zijn; zeker! En dat het een luxe is; ja! Want dat ik geen opvang moet zoeken en m’n kinderen van kamp naar speelplein naar grootouders moet voeren; ja! En dat ik dus hier met het schaamrood op de kaken toch moet bekennen dat al die vakantie niet altijd zo fijn aanvoelt, tja, dat is wel durven natuurlijk…

Sinds ik kinderen heb, is die vakantie natuurlijk anders dan vroeger. En hoe heerlijk het ook is om met vriendinnen en hun kinders van speeltuin naar park naar tuin te bewegen, de witte wijntjes in de hand, ja, dat weet ik wel. Maar -taboe?- het voelt zelden als vakantie voor mij…

Want heel de dag door draaf je op voor die sloebers; moet je ondertussen je was en je plas fiksen en blijft de mallemolen maar draaien. Tel daarbij de whatsappgroepen (van jou en dochterlief!) waarin mama’s, kinderen, grootouders en vriendinnen vragen naar enig vertier, ja, dan is dat hier eigenlijk allemaal niet zo ontspannend meer. Of een dagje solden doen (voor de kinderen), een dagje naar de dierentuin (ook voor de kinderen), een dagje gaan zwemmen (helemaal voor de kinderen), een dagje zus en een dagje zo, maar weinig voor mij alleen.

Nu goed, ik probeer niet te klagen. Ook bij mensen die niet in het onderwijs staan, is de vakantie vaak je hoofd boven water houden. En het ligt ook aan mijn hoofd dat heel veel wil doen en daar niet altijd de ruimte voor vindt vanwege die mini’s hier in huis. Dus goed, ik geef me over aan vijf weken vakantie en probeer extra te genieten van alles en iedereen. Tijdens het schooljaar ga ik weer volop voor mezelf. Haha. Not.

 

Van jonge mensen, de dingen die voorbijgaan

M’n man zei wat ik al twee weken dacht. ‘Nu wordt het pas moeilijk; nu weten we het soms precies niet meer.’ Want we deden het wel goed, dachten we. Een huilbaby overleefd, kinderen met hier en daar een klein etiketje, een zoon die zo gevoelig is dat hij daar op z’n tien immens veel last van heeft. En tussendoor honderd opvoedingsbrandjes geblust, vriendjeszever opgelost, een andere school gezocht, een lactose-intolerantie totally onder control. Wij citytrippen zelfs af en toe tussendoor, kunnen allemaal swishen, geraken bijtijds in de douche en de winkel, onze kinderen slaan meestal niemand in elkaar en op vrijdag komt -als uit de hemel- de kuisvrouw. Hej, wij zijn ouders van twee en dat lukt hier wel! 

Maar Dochterlief werd 12 en toen werd het dus belachelijk moeilijk. Ze werd op een of andere wijze vrij direct die volwassenenwereld ingecatapulteerd. Van grote emoties (‘Ik ga iedereen zo misssseeen… snif’) tot ongesteld worden en zelfs pathetisch verliefd op de knapperd van het middelbaar. En wij staan erbij en kijken ernaar. En denken. En overleggen. En trialen en erroren dat het een lieve lust is.

Want mag zo’n kind naar de stad? Met vriendinnen van het kamp die je nog nooit gezien hebt? Die wel allemaal 15 zijn? En waarom zijn die meiden überhaupt geïnteresseerd in eentje van 12? En moet ze dan geld mee? Ja, tuurlijk. Welk dan? Dat van haar of het onze? En waarom koopt ze er dan chips, een ijsje, een brownie en een cola mee op nog geen twee uur tijd? Ze is te jong hiervoor. Nee, ze leert hieruit.  

Die stad in. Akkoord, voor een keertje. Maar moet iemand van ons dan ook maar die stad in, om in de buurt te blijven voor het geval dat? En die gsm. Die verdomde gsm. Die tot nu toe thuis bleef, maar nu mee moet met het kind dat plots een eigen leven leeft. En kan iemand, iemand die instagram eens een weekje droogleggen? Please? Dat eerste middelbaar moet hier nog beginnen en het is nu al zoeken. En als mama sta je te kijken en te denken: nee, hier ben ik duidelijk nog niet klaar mee. Of voor. Of wat dan ook.